Ineens heb je het. Een avondje uit met twee handen vol twintigers en je beseft het: Je twintiger jaren zijn wreed. Heel wreed. In eerste instantie heb je het nog niet in de gaten. Je treft elkaar en iedereen is happy. Het eten dat volgt zorgt voor veel positieve geluiden. De gesprekken over studie en werk gaan over in bekentenissen over nieuwe vriendjes en de sores van de huidige.
De avond zet zich voort in de eerste uitgaans gelegenheid. Op dat moment rijst de vraag; Hoe leuk is het nieuwe vriendje en hoe leuk is het huidige vriendje? Hoe verliefd zijn we?
Ook in het volgende barretje word het onderwerp niet los gelaten. Ook al is het antwoord over de verliefdheid boven water; zijn we wel gelukkig? Is dit vriendje ‘voor altijd?’ en is dat omdat hij nou zo leuk is? of omdat het gewoon een veilige situatie is?
Tegen de tijd dat er een aantal drankjes in zijn gegaan kan de conclusie getrokken worden. De jaren ten tijde van je twenty-something brengen een enorme druk met je mee. Dit zijn de jaren die op je drukken. De druk van de keuze die je gevoelsmatig moet maken wat bepalend is voor de rest van je leven. Holy shit wat een bevinding!
Aangeschoten maar beduusd stap ik een taxi in. Een verdere filosofische uitwerking vergt nog een meiden avond, geloof ik!
