Breda, zaterdagavond, kwart voor tien. Ik zit op het terras met vriendinlief. Zonder enig overleg hebben we de dezelfde kleuren aan: wit en beige. Tassen: taupe leer en beige suède. We zien er leuk uit: vriendin in H&M shorts en jasje, ik in onbekend zomerjurkje met Zara blazer. HET probleem van elke week is: helemaal opgedost, maar geen leuke geschikte (mannelijke) kandidaten om mee te kletsen.
We beginnen altijd bij Parc op de Grote Markt. Deze moderne tent straalt een New Yorkse sfeer uit. De mensen zijn hip. Maar de laatste keren leek het net alsof ik op de plaatselijke camping stond. Strakke T-shirts met grote spierbundels. Bah. Na enig discussie gaan we op het terras van de buren zitten waar een groot beeldscherm met voetbal te zien is. Goed, ik voel me hier niet thuis! Zo’n sportcafé is toch eigenlijk niets voor mij. En mannelijk schoon is er niet. Maar waar dan wel?
Dat vraag ik me dus al meer dan 1,5 jaar af. Ze zijn of bezet of verdwenen. Ik zie werkelijk geen mooie mannen voorbijkomen. Tuurlijk, af en toe duikt er eentje op tv of in een tijdschrift. Maar nooit eens spontaan in de bus of trein of waar dan ook. Ik dacht dat het eerst aan mij lag, maar de laatste tijd is het een feit geworden: geen knappe mannen meer in Breda. Dus ik ga het maar buiten de stad zoeken, een collega raadde café Pol in Rotterdam aan: een wildernis van knappe mannen in pak. Net wat ik zoek.
Want is het nou zo moeilijk om een leuke, goedverzorgde en betrouwbare man te vinden? Anno 2011 wel. Ondertussen ga ik gewoon lekker verder shoppen en daten met m’n vriendinnen, twee dingen die er altijd zullen zijn. Vriendje of niet.




Soms dan heb ik even genoeg van de Zara, H&M of ieder ander commercieel bedrijf. Loop ik rustig over straat, trots in m’n nieuwe Zara kobaltblauwe blazer, zie ik aan de overkant een dubbelganger. Shit. Zit ik in de trein, zie ik honderd keer dat H&M jurkje voorbijkomen.