Het oranje elftal werkt zich van de kwalificaties op naar de finale van het Wereld Kampioenschap 2010 in Zuid Afrika. Het oranje festijn is in heel Nederland al weken los gebarsten en het ziet er naar uit dat alles voorlopig nog wel even oranje kleurt. Tijdens de wedstrijden hoor ik de stem van degene die het commentaar levert in echo door de Jordaan en de Amsterdamse grachten. De straten zijn compleet verlaten maar de spanning is voelbaar te snijden. Nederland scoort and i don’t give a shit.
Ik kijk voetbal omdat men voetbal kijkt net zoals ik vroeger naar The Bold and the Beautiful keek omdat mijn moeder er naar keek. Ik heb voornamelijk Italiaanse overwinningen gezien en ja, ik ken heel wat ins en outs van de Italiaanse voetbal club AC Milan. Ik ken zelfs de opstelling uit mijn hoofd. But still, i don’t give a shit.
Toch ervaar ik dit WK net als vele andere Nederlanders als een gelukzalige periode. Het leven gaat door maar moet je zien! Al die mensen die zich in het oranje vertonen en al die versieringen op de huizen en in de straten. Dat het spuuglelijk is maakt gewoon even niets meer uit. Al die mensen die elkaar opzoeken om met elkaar hetzelfde beleven als de rest van Nederland. Al die mensen die massaal vrij nemen van het werk om te kunnen zien waar de rest van de wereld ook naar kijkt. En al die gelukkige en blije gezichten zodra oranje scoort en steeds dichter bij de overwinning komt.
Iedereen juicht. Iedereen juicht en dat maakt me blij. Iedereen juicht en geloofd heilig in deze zaak. Wij Nederlanders zijn blij en we juichen. Nederlanders van alle etniciteiten. Deze ongelofelijk sterke vorm van saamhorigheid overspoelt mijn hart en dat maakt me gelukkig.

